Beter onderwijs maakt een betere ondernemer
Minor Entrepreneurship voor studenten en onderzoek de praktijk in

Te veel onderzoek naar ondernemerschap verdwijnt in bureaulades en bereikt de beleidsmakers nooit. Op deze manier is er een kloof ontstaan tussen het wetenschappelijk onderzoek naar ondernemen en de praktijk. Het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE) waar hoogleraar Ondernemerschap en Organisatie Mirjam van Praag directeur van is, wil deze kloof dichten. ACE is een instituut dat het ondernemingsklimaat in Nederland wil verbeteren door middel van onderzoek en onderwijs. Om de kloof tussen onderzoek en praktijk te dichten werkt ACE nauw samen met MKB Nederland, wetenschappers, ondernemers en hun adviseurs, financiële instellingen en beleidsmakers.
ACE is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam Business School en de Universiteit van Amsterdam School of Economics en wordt deels door sponsors gefinancierd, waarbij Fortis optreedt als hoofdsponsor.
Onderzoek voor wie het bedoeld is
Het ondernemerschap is lange tijd nooit echt goed onderzocht. Pas de afgelopen jaren komen er betere onderzoeken, voornamelijk afkomstig uit de Verenigde Staten. Van Praag: ‘Wij maken dit onderzoek beschikbaar voor een breed publiek. Op bijeenkomsten geven we een presentatie van het onderzoek voor beleidsmakers, vertegenwoordigers van grote bedrijven, banken, wetenschappers, studenten en natuurlijk ondernemers; een combinatie die je normaal gesproken niet zo snel zou tegenkomen. Op die manier willen we grenzen doorbreken. Een groot voordeel is dat er vanuit de zaal ook vragen naar ons toekomen: of wij dit of dat eens willen onderzoeken. Van deze wisselwerking worden we allemaal beter.’
Hoe behoudt een klein bedrijf zijn personeel?
ACE doet ook zelf onderzoek. Een voorbeeld van een van de laatste onderzoeken is Goed belonen loont!. Hierin onderzoeken Mirjam van Praag en promovendus Justin van der Sluis in samenwerking met het EIM hoe werkgevers van kleine bedrijven hun personeel belonen. ‘De kenniseconomie wordt steeds belangrijker, en dus ook de behoefte aan hoger opgeleid personeel. Ondernemers kunnen (prestatie)beloning inzetten om goede werknemers te behouden en te motiveren.’ Anders dan in grote bedrijven zijn er in kleine bedrijven minder alternatieven om werknemers te belonen; promoties zijn in het Midden en Klein Bedrijf (MKB) bijvoorbeeld niet erg gangbaar wegens gebrek aan hiërarchische niveaus.
Het onderzoek, in een handzaam, overzichtelijk boekje gebonden, is gepresenteerd bij MKB Nederland en is daarna op verschillende andere bijeenkomsten gepresenteerd. ‘We willen dat onderzoek voor alle geïnteresseerden bereikbaar is. Niet als onleesbare wetenschappelijke stukken, maar gewoon in een overzichtelijk boekje, gecombineerd met een toegankelijke mondelinge presentatie.’
Invloed van scholing op het ondernemerschap
‘Een van de dingen die we hebben onderzocht en nog steeds aan het onderzoeken zijn is: Wat heb je als ondernemer aan scholing, aan opleiding? Het verhaal gaat zo vaak dat scholing nauwelijks zin heeft als je ondernemer bent. Bill Gates heeft zijn school ook niet afgemaakt, wordt dan gezegd, maar hij heeft wél op Harvard gezeten, dat schijnt men te vergeten.’
Opleiding heeft zogezegd een positief effect op ondernemerssucces, en dat is ook een van de redenen waarom de minor Entrepreneurship is opgericht. ‘De oorzaak van dit positieve effect is nog niet helemaal duidelijk, daar is meer onderzoek voor nodig. Maar een van de verklaringen is dat wanneer je in een groot bedrijf werkt, de organisatie niet op jou als persoon toegespitst kan zijn. Ben je een ondernemer, dan heb je een grotere beslissingsbevoegdheid en vrijheid om invulling te geven aan je eigen activiteiten; het rendement op je input wordt zo verhoogd. Een werknemer moet zich veel meer aanpassen aan de organisatie, een ondernemer richt zijn organisatie in op zichzelf. De wijze les die we hieruit kunnen trekken is dat grote bedrijven een meer ondernemende houding moeten stimuleren bij hun werknemers. Geef ze de vrijheid, laat ze tot volle bloei komen.’
Ondernemerschaponderwijs evalueren
Van Praag heeft nog andere interesses waar ze zich met ACE mee wil bezighouden. Een daarvan betreft het ondernemerschaponderwijs zoals dat gegeven wordt op lagere scholen, middelbare scholen en hogescholen: dit is nog nooit geëvalueerd. Is ondernemerschaponderwijs effectief als het al op de basisschool gegeven wordt, of heeft het op de middelbare school of universiteit pas zin? Wat zijn de meest geschikte onderwijsvormen? ‘Wij willen dat nu gaan evalueren. Hoe weet je anders of het werkt?’
Eén loket voor onderwijs over ondernemerschap
De onderwijskant van ACE uit zich in twee zaken. 'Het eerste is dat we één loket bieden voor de gehele UvA voor alles wat met ondernemerschap te maken heeft. Nu kun je bij verschillende opleidingen verschillende vakken volgen die met ondernemerschap te maken hebben. Wij willen die vakken niet zelf gaan geven, maar gecoördineerd aanbieden zodat het samenhangende aanbod duidelijk is voor studenten. Het is ook goed voor de universiteit als geheel om zo’n totaalpakket te kunnen aanbieden.’
Het tweede is de minor Entrepreneurhip die in februari 2007 van start gaat. In de minor Entrepreneurship kunnen studenten op een leuke manier in contact komen met het ondernemerschap. Studenten van alle opleidingen kunnen meedoen, en dat maakt het zo interessant: de studenten werken in groepen die samengesteld zijn uit deelnemers van verschillende opleidingen. Iedere student brengt zo zijn eigen specialiteit mee.
De minor, die een halfjaar duurt, bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Het theoretische deel bestaat uit een entrepreneurshipvak en een aantal keuzemodules vanuit verschillende faculteiten. Het praktische deel begint met brainstormsessies, nadenken over wat voor bedrijf de studenten willen opstarten. Als dat duidelijk is, maken de studenten een businessplan waar ze de boer mee op gaan. Door aandelen uit te geven moeten ze financiering vinden. En dan moet het product of de dienst uiteraard echt verkocht gaan worden.
De bedrijven worden opgericht volgens het (aangepaste) model van en in samenwerking met de Stichting Jong Ondernemen. Met de businessplannen doen de studenten bovendien mee aan de businessplancompetitie van NewVenture. Gedurende het hele traject krijgen studenten workshops en coaches vanuit het bedrijfsleven (onder andere van Fortis Bank, KPMG, The Boston Consulting Group en Salesfocus).
In juli, als de minor afloopt, moeten alle bedrijfjes weer geliquideerd worden. Uiteraard staat het studenten vrij om hun bedrijfje, als dat succesvol was, daarna weer opnieuw op te richten. Studenten ronden het praktijkdeel af met een scriptie over de link tussen het bedrijf en hun eigen studie. ‘Een halfjaar is een korte periode, de kans bestaat dus best dat een bedrijfje mislukt’, zegt Justin van der Sluis, coördinator van de minor. ‘Maar dat mag, daar leer je ook van’.
Toekomstplannen
Voor de toekomst zijn er ook al plannen. Zo is het volgend jaar de bedoeling dat in elk groepje ook een ondernemer komt te zitten. Bovendien komt er dan misschien ook de mogelijkheid bij om niet zelf een bedrijf op te starten, maar een bedrijf over te nemen dat ter overname aangeboden wordt.
Voor meer informatie over ACE of de minor entrepreneurship zie www.ace-uva.nl.
